meditatie van de geestelijk verzorger

Mei 2016 meditatie Ds. K.C. Kos

Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
(Mattheűs 5:8)

Reinen van hart. Wie zijn dat? Dat zijn mensen die “doorzichtig” zijn. Je kijkt er dwars door heen. Je weet dus wat je aan ze hebt. Ze hebben geen achterdeurtjes en geen elleboogjes. Ze zijn eerlijk in hun bedoelingen, zonder eigenbelang. Zo’n rein hart had Nathanaël.  Jezus zei van hem: “Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is.” Reinen van hart worden door één ding beheerst. Jezus neemt de voornaamste plaats in hun hart en leven in. De gemeenschap met Hem gaat hen boven alles!

Van onszelf hebben wij geen rein hart. De Bijbel noemt ons onrein, onoprecht, dubbelhartig. Wij leven graag van twee wallen. God wat en de wereld wat. Als we blijven zoals wij zijn, zullen wij God niet zien. Eerst moet ons hart gereinigd worden. Hoe gaat dat? Hoe komen wij aan een rein hart? Dat kun je lezen in psalm 51. Daar bidt David: “Schep mij een rein hart, o God en vernieuw in het binnenste van mij een vaste geest.“ David moet het van God hebben of anders gezegd van Jezus, de Reine van hart bij uitnemendheid.

En wij? Wij moeten bij hetzelfde adres zijn. Bij Jezus! Hij was volkomen rein. In zijn mond was geen bedrog en op zijn tong geen onrecht en in zijn hart geen boze gedachte. Hij was zonder voorbehoud aan zijn Vader toegewijd en volkomen van Hem vervuld. Hij wil en kan ons reinigen door zijn bloed. Zo gaan we op Hem lijken. Zo worden wij tot een nieuwe schepping.

Dan zijn wij zalig en zullen wij God zien. God zien is het toppunt van zaligheid. Zij zullen. Aan de overzijde van het graf zal het vervuld worden. Maar hier ontvangen zij reeds een voorsmaak van de zaligheid die komt. Op de Dag der dagen als de ziel met het lichaam verenigd zal zijn, breekt het ware “zien “aan. Dan zullen de reinen van hart God zien, zoals Hij is. Hem in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met Zijn goddelijk Beeld.